| |
| | TL
Dat staat voor Totale Lengte. Dit is de lengte van
een exemplaar gemeten van de lippen tot het puntje van de staart.
| sp.
Species betekend soort. De soort is nog onbeschreven.
| Type
series De exemplaren series die of het naamdrager
type (syntypes) vormen van een zogenoemde soort of ondersoort, of van welke het
naamdrager type is of word gekozen. | |
| | | | | |
| | SL
Dat staat voor Standaard Lengte. Dit geeft de lengte
aan exclusief de vinnen; dus alleen de lengte van het lichaam.
| sp.
aff. Een nieuwe soort, nog onbeschreven maar
lijkt erg op een bepaalde reeds beschreven soort. Deze bepaalde soort
is achter "sp. aff." aangegeven. | Paratype
Elk exemplaar van een type serie anders dan het holotype. | |
| | | | | |
| | cf.
Con forma; de onderzochte soort verschilt met sommige
details van de orginele beschrijving, maar niet zo vitaal, dat het
aannemelijk is dat het hier om een andere, nieuwe soort gaat.
| ssp.
Ondersoort; Sommige soorten bewonen een wijd verspreidingsgebied;
binnen deze gebieden zijn er populaties die optisch duidelijk verschillen
van andere populaties. Genetisch gezien behoren ze toch tot dezelfde soort.
Deze populaties krijgen een derde wetenschappelijke naam als een geografische
ondersoort. Is de ondersoort nog niet vastgesteld dan word er alleen ssp. vermeld.
| Holotype
Een individueel exemplaar welke gekozen is als naamdrager
type van een soort of ondersoort als deze is vastgesteld. Of het individuele exemplaar
op welke zo'n taxon was gebasserd wanneer er geen type was gespecificeerd. | |
| | | |
| |
| | var.
Individuele kleur variaties, welke niet zijn vastgesteld
in geografische gebieden, zijn zogenaamde variaties. Variaties krijgen geen speciale
wetenschappelijke naam. | nov.
Van novum, hetgeen nieuw betekent. Dit staat voor hetzelfde
als sp. aff. | Lectotype
Een syntype gekozen als het individuele naamdragend type
exemplaar na de vaststelling van een nominale soort of ondersoort. | |
| | | | | |
| | Terra
typica Dit is de vindplaats waar de exemplaren
die gebruikt zijn voor de orginele beschrijving vandaan komen. | F1,
F2, F3 etc. F1 staat voor de eerste generatie
van wildvang exemplaren. F2 staat voor de tweede generatie en F3 voor de derde
en zo verder. | Syntype
Elk exemplaar van een type serie van welke zowel geen
holotype of lectotype is gekozen. | |
| | | | | |
| | RO
water Reverse osmosis water. | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |
| | | | | |