|
Wie zijn wij
Labyrintvissen
Links Deze website
|
Etymologie. Type
lokaties. Totale
lengte. Houden van Monocirrhus polyacanthus. De bladvis, die door Johann Natterer werd ontdekt, en door Heckel in 1840 werd beschreven, is voor het eerst in Europa ingevoerd door Kropac in 1911. Dit betrof echter een dood exemplaar. In 1912 kwamen de eerste levende dieren in Duitsland aan, via zowel de 'Vereinigte zierfishzüchtereien' als door Kuntzmann. Aangezien het hier echte roofvissen betreft, is het beter ze niet te vergezellen met andere vissen, maar ze te houden in speciaalaquaria. Mocht het zo zijn dat gezelschap wel gewenst is, komen hiervoor alleen grotere rustige vissen in aanmerking. Te denken valt hierbij aan Discusvissen en Maanvissen, en grotere Corydoras soorten. Bladvissen kunnen uitsluitend met levend voer gevoerd worden, door jongere dieren worden muggenlarven nog wel geaccepteerd, echter oudere dieren eten vaak alleen nog maar vis! Per dag eet een bladvis ongeveer zijn eigen gewicht, zodat een paar kleine aquariums waarin voervissen gekweekt worden echt noodzakelijk zijn om de vissen te kunen verzorgen. Een paartje kan gehuisvest worden in een 80 cm aquarium, alhoewel bij deze vissen geld hoe groter het aquarium hoe beter. De bak dient dichtbeplant te zijn, met grootbladerige planten zoals Echinodoras soorten, waar de bladvissen zich graag tussen ophouden. Het vergt altijd even tijd voor je ze in een aquarium ziet, zo goed zijn ze in het opgaan in de omgeving. Een donkere bodem, en wat drijfgroen om het licht te temperen kan bijdragen aan het welzijn van de vissen, maar is niet onbedingt nodig. Wel is het raadzaam een aantal forse stukken kienhout in de bak te plaatsen. In de natuur komen bladvissen voor in langzaam stromende oerwoudbeken, dode armen van rivieren, moerassen en meertjes. Altijd is vegetatie aanwezig, de temperatuur varieert van 23-26 graden, en de waterwaarden liggen meestal in het zure berik, zo rond de pH 5, met een zeer lage hardheid. In het aquarium kunnen ze echter gehouden worden bij een pH tussen de 5 en de 6.5 mag liggen, met een maximale hardheid van 4 dGH. Turffiltering is aan te bevelen. Worden de dieren niet goed gehouden, verzwakken ze zeer snel, en krijgen last van ziekten. Een van de grootste oorzaken van sterfte van bladvissen in het aquarium is de infectie met vistuberculose. Zowel door foute leefomstandigheden kan deze ziekte zich bij de dieren manifesteren, maar ook kan deze bacterie via geinfecteerde voervissen worden overgebracht. Daarom is het belangrijk niet met guppen te voeren, aangezien de meeste guppen bij de geboorte al met vistuberculose zijn geinfecteerd. Ook dient het water door frequent gedeeltelijke waterwissels toe te passen, van optimale kwaliteit te zijn. De vrouwtjes zijn al jong, bij een cm of 4, te herkenen aan de legbuis, die met een vergrootglas dan al te onderscheiden is. Mannetjes vertonen in het geheel geen legbuis. De vrouwtjes worden in de regel ook iets groter dan de mannetjes, die bij ongeveer 8 cm al volgroeid zijn. Bij het dier in de bovenste twee foto's is de legbuis duidelijk zichtbaar.
Voortplanting
van Monocirrhus polyacanthus. De bladvis is meerdere malen in aquaria tot voortplanting gebracht. In een aquarium zoals hierboven beschreven, zullen de dieren bij goede voedering zonder problemen tot voortplanting overgaan. Wel moet de pH voor een succesvolle kweek laag genoeg zijn, bij een pH hoger dan 6 zullen de eitjes niet uitkomen.De voortplanting begint met het verticaal naast elkaar zwemmen van de beide partners, waarbij het mannetje het vrouwtje met zijn lichaam krachtig beroert, hij duwt haar als het ware. Dit kan enige uren duren, waarna het vrouwtje eieren aan de onderzijde van een blad afzet. Het mannetje zwemt direct daarna over de eitjes heen om ze te bevruchten, ondertussen wild klapperend met zijn borstvinnen. Tot 300 eitjes, die met draadjes aan het blad hangen, worden afgezet, en door de vader bewaakt. Het vrouwtje kan na de paring beter verwijderd worden uit de kweekbak. Bij 25 graden komen de eitjes na een dag of 4 uit, en zijn dan rond 5 mm groot. Bij goede voedering kunnen ze na 3 maanden al rond de drie cm groot zijn. Bladvissen kunnen overigens 8 a 9 jaar oud worden. De
pagina is geschreven door: Eric Naus
|