Waarom
labyrintvissen?
Het
begon met de Paradijsvis
In 1869 maakte een bijzondere tropische labyrintvis uit China de overtocht
naar Europa. Het ging om de Macropodus opercularis die tien jaar eerder
door
Linnaeus was beschreven. Zijn schoonheid maakte zo veel indruk dat het
dier
Paradijsvis werd genoemd. De invoer van de Paradijsvis markeert het
beginpunt van de aquaristiek in Europa. In de jaren daarna verwierven
de
paradijsvissen, kempvissen (Betta), goeramies en andere labyrintvissen
zich
een vaste plek in de Europese, Aziatische en Amerikaanse aquaria.
Kleurrijk
en boeiend
Er zijn vele reden om labyrintvissen te houden(lees ook Labyrintvissen,
hoe dat zo?).
De imponerende kleurenpracht heeft soorten als Betta splendens en Colisa
lalia snel
populair gemaakt. De meeste soorten showen hun schoonheid overigens
vooral tijdens
de balts. Labyrintvissen laten een boeiend en gevarieerd voortplantingsgedrag
zien. De
meeste soorten bouwen een schuimnest, andere broeden de eieren in de
bek uit
(muilbroeden), of verzorgen hun jongen in een beschutte ruimte
(grotbroeden). Andere labyrintvissen zetten hun eieren af en kijken
er niet
meer naar om (vrijleggers). De laatste jaren zijn er vele nieuwe soorten
ontdekt. Dit is vooral te danken aan de zeer gemotiveerde liefhebbers
en
wetenschappers die onontgonnen gebieden in Indonesië, Maleisië,
Thailand,
Sri Lanka, Vietnam, Birma en Afrika trotseerden, op zoek naar nieuwe
soorten. Vooral het aantal nieuw ontdekte Parosphromenus en Betta-soorten
is de laatste tien jaar enorm toegenomen. Ze worden nu ook wat vaker
in de
winkel aangeboden. Deze wilde labyrintvissen stellen vaak (aanzienlijk)
hogere eisen aan het voedsel en aan de waterkwaliteit dan de labyrinten
die
in de meeste aquariumzaken verkrijgbaar zijn. Helaas worden vele soorten
bedreigd doordat de mens hun biotoop opeist. Inmiddels zijn er al
kweekprogramma's opgezet om de bedreigde soorten voor uitsterven te
behoeden
(zie ook http://www.ibc-smp.org).