|
Deze
kleine prachtgouramie soort komt uit het oosten van het Maleisisch
schiereiland, en ten noorden van zuid Thailand, waar hij te vinden
is in langzaam stromende riviertjes en moerassen. Met amper 3
cm lang is het een verlegen kleine grotbroeder, die zacht zuur
water prefereert.
Ik
kreeg deze vissen in September 1999 op een veiling van de Canadese
Killivissen conventie. Ze waren meegenomen door een van onze gast
sprekers, Allan Brown, een hobbyist en verzamelaar uit het Verenigd
Koninkrijk, naar wie een Parosphromenus soort (P. allani)
naar hem genoemd is, en een Betta soort (B. brownorum)
naar hem en zijn vrouw. De vissen waren nog jong en onvolwassen,
en erg gestresst toen ik ze meenam naar huis, maar ik plaatste
ze in een aquarium met zacht, zuur water, dat ik had klaargezet
voor als ik een aantal killivissen gekocht zou hebben. Ik was
verheugd en verbaasd de volgende ochtend dat alle vijf de vissen
nog in leven waren.
Een
aantal maanden gingen voorbij, en de vissen groeiden en werden
volwassen. Er werd gevoerd met levende Artemia nauplien,
en soms met enchytraën. Toen op een dag merkte ik een vis
op die een schuimnest verdedigde in een 8 cm lang stuk plastic
pijp met een doorsnede van 2 cm. Alle andere vissen in de bak
werden in een andere bak overgezet. Twee dagen later begon hij
echter "raar" te doen en stierf.
Vervolgens
deed ik wat onderzoek, en ik ontdekte dat het water waar ze in
de natuur in leven zo zuur is als pH 5.5, en zo zacht als een
graad hardheid. Ook leerde ik dat ze het best paarsgewijs gehouden
worden. De vissen sexen is niet makkelijk, alhoewel er gezegd
word dat de mannetjes langere ventrale vinnen hebben. Ik nam de
gok en splitste de overgebleven vier vissen in twee paartjes,
elk paar in hun eigen 10 liter bakje, met een sponsfilter en plastic
buizen om zich in te verschuilen en in te paren. De bakjes stonden
op de bovenste planken, bij 26,6 graden Celsius, en kregen alleen
kamerlicht. Een week ging voorbij en toen op een dag bleek een
vis een schuimnest ter grootte van een kwartje te bewaken. Een
paar dagen later kon ik met behulp van een zaklamp saartjes zien
hangen. No eens 5 dagen later verlieten de jongen, ongeveer vijftien
stuks, de pijp. De ouders werden naar een ander bakje verhuisd,
en herhaalden de voorstelling, ditmaal ten minste twintig jongen.
Als ik dit schrijf hebben ze inmiddels voor de vierde keer gepaard.
Het andere paartje houd zich afzijdig, en hebben een platonische
relatie.
De
jongen zijn ongeveer drie millimeter lang en eten meteen levende
Artemia nauplien en microwormen. Het lijkt erop dat ze
makkelijk op te kweken zijn zolang het water schoon gehouden word,
en van een goede kwaliteit is. Deze vissen waren een mooie vondst,
en zijn een goede uitdaging voor de ervaren aquariaan.
|