|
Deze
kleine Betta blijft klein en word 4,5 cm. Ondanks zijn
grootte is de soort vrij agressief, voor veel groteren is hij
niet bang en valt zelfs heftig naar ze uit. Ook deze soort is
een schuimnestbouwer die het nestje bij voorkeur onder een drijvend
plantenblad bouwt. Betta miniopinna word een stuk minder
in de hobby aangetroffen maar doet qua kleurenpracht niet onder
aan de eerst ontdekte zwarte soort. Ook Betta miniopinna
is fluweelzwart gekleurd en de vinnen gaan geleidelijk van zwart
naar groen. De buikvinnen zijn rood -welke vaak zwart zijn bij
de eerder genoemde kleine zwarte Betta, maar er zijn populaties
bekend waarbij ook bij deze de buikvinnen rood gekleurd zijn.
- De soort word niet groot en bereikt een totale lengte van vermoedelijk
4,5 cm. De soort is al een aantal malen voort geplant en het werd
al snel duidelijk dat het een schuimnestbouwer betrof.
Beide
kleine zwarte Bettas komen voor in zwartwater-biotopen.
Dat betekend dat het water ook voor deze soorten erg belangerijk
is. De pH moet rond de 5 liggen maar zeker niet veel hoger. Het
water moet ook zacht zijn met een GH rond de 1.
Nieuwe
ontdekkingen
Inmiddels
is er een klein lijstje met nog niet beschreven soorten. Zo zijn
er twee soorten, Betta spec. van Pangkalanbun en Betta
spec. van Sukadana, welke beide sterk doen denken aan Betta
burdigala. De twee nieuwe tonen dezelfde kleuren en hetzelfde
prachtige vinnenstelsel. Het betreft hier tevens twee schuimnestbouwers
die met goed resultaat zijn nagekweekt. Of het hier inderdaad
ook Betta burdigala betreft is nog niet bewezen.
Een
indrukwekkende ontdekking werd gedaan in Kalimantan waar nog niet
zo lang geleden een groene Betta rutilans populatie werd
aangetroffen. Tevens werd in hetzelfde biotoop ook de bekende
Betta rutilans aangetroffen. Dat is een zeer opmerkelijk
gegeven en geheel onlogisch op grond van de ontwikkeling van de
aardkorst.
De
groene kleurvariant, het is nog onbekend of het een nieuwe soort
of slechts een variant betreft, heeft groene schubben op het rug
en buik gedeelte. Richting de kieuwen is de kleur meer donkerrood.
Ook de vinnen zijn rood waarbij de aarsvin groen gekleurde
|
|
strepen
vertoont. Het bleek al gauw dat de soort geen schuimnest bouwt
maar een muilbroeder is. Nog vreemder was de ontdekking dat deze
groene variant kruist met de bekende felrode Betta rutilans.
Dit was ook het geval in het wild. Alle jongen bleken levensvatbaar
en plantte zich ook weer voort, hetzij met beide soorten. Regel
is wel dat bij de voortplanting de felrode bettas altijd een schuimnest
bouwen en de kleine nieuwe groene variant altijd muilbroed. Uit
deze kruisingen komen de bekende rode Bettas en de groene
variant.
Verzorging
Voor
de optimale verzorging van deze kleine rode en kleine zwarte soorten
kan het beste een aparte bak worden ingericht. Geheel in overeenstemming
met de biotopen moet de bak dicht beplant worden met planten die
tegen zacht en zuur water kunnen. Licht eisende planten moeten
vermeden worden gezien al deze Betta soorten niet van fel
en veel licht houden. Een grote bak is niet noodzakelijk, met
uitzondering van Betta rutilans. Ook voor de voortplanting
voldoen deze bakken ruim voldoende. Het is wel raadzaam niet teveel
exemplaren samen te houden, zeker niet met kweken. Als voer is
levend voer in de vorm van witte, sporadisch rode en zwarte muggelarven,
artemia en watervlooien zeer geschikt. Daarnaast kan dit allemaal
ook worden aangeboden worden in de vorm van diepvries voer. Er
moet in acht worden genomen niet teveel te voeren en ook een of
twee dagen vasten kan helemaal geen kwaad. Dit bevorderd juist
de conditie en gezondheid van deze kleine rode Bettas.
|
|
er
een aantal organisaties en ook wat verenigingen die om dit te
voorkomen speciale kweekprogramma's opzetten welke aan strenge
regels gebonden zijn. Op deze manier hoopt men ervoor te zorgen
dat soorten niet uitsterven en slechts een mooi plaatje in een
boek worden. In Nederland is de nieuwe vereniging NVL, Nederlandse
Vereniging voor Labyrintvissen, bezig met het opzetten van een
Soorten Behoud Programma. Het uiteindelijke doel is een samenwerking
met een organiatie in de Verenigde Staten, genaamd IBC wat staat
voor International Betta Congress. Het speciale kweekonderdeel
is genaamd SMP, Species Maintenance Program. Zo'n zelfde programma
is er te vinden bij de Duitse vereniging IGL. De afkorting staat
voor Internationale Gemeinschaft für Labyrinthfische. Ook
de Engelse vereniging heeft een goed soortgelijk programma en
bezit diverse projecten in de gebieden waar het om draait. Deze
vereniging is bekend onder de afkorting AAGB wat staat voor Anabantoid
Association of Great Britain.
Deze
projecten houden bijvoorbeeld in het voorkomen dat een groot gebied
vernietigd word en het zo te redden. Op dit moment is er Het Sandelia
Project in Zuid-Afrika om het labyrintvis geslacht Sandelia
te behouden.
Tot
dusver zijn al deze programma's en projecten effectief en krijgen
steeds meer leden. De speciale programma's krijgen ook steeds
meer soorten tot hun beschikking. Zonder deze programma's zou
het ook niet mogelijk zijn al deze prachtige rode Bettas
ter beschikking van de hobby te stellen.
Mocht
u ooit soorten tegenkomen en verzorgen van deze groep, koester
deze juweeltjes, want u bent dan in het bezit van een Betta
uit een van de mooiste en interessantste groepen.
|