Welkom

Algemeen

Deze site

Webmaster

Doelstelling

Activiteiten

Support

E-mail

 

Labyrintvissen

Album

Waarom labyrintvissen

Soortbeschrijvingen

Soorten Behoud
Programma

Artikelen

Forum

Links

Verenigingen

Labyrintvissen

Linksites

Overig

Deze website

Map

FAQ


KLEINE RODE
BETTAS

Stefan vd Voort

 

 

In de tachtiger en negentiger jaren vonden er een aantal indrukwekkende ontdekkingen plaats. Eind jaren zeventig werd de eerste kleine rode Betta ontdekt welke J. Vierke beschreef als Betta coccina. Deze nieuwe betta had een opvallende felrode kleur en een kenmerkende blauwe stip op de zij. De rode betta werd een ware sensatie maar bleef toch vrij onbekend voor de meesten, dit doordat al gauw bleek dat Betta coccina niet gemakkelijk te houden en voort te planten was.

In de jaren daarna zouden er nog vele nieuwe soorten ontdekt worden door de drang om natuurlijke biotopen te bezoeken. Inmiddels bestaat de groep uit acht reeds beschreven soorten en een tal van nieuw ontdekte kleine rode bettas. Het is te verwachten dat er in de komende jaren nog meer nieuwe soorten ontdekt zullen worden.

 
 

Betta coccina 'Muar,' een mannetje met de kenmerkende stip. Foto: J. Schmidt.

Betta coccina

Het water speelt een belangerijke rol in de optimale verzorging. De pH waarde moet tussen de 4.5 en 5 liggen, het water moet ook zeer zacht zijn. Deze rode betta komt oorspronkelijk uit de omgeving van Jambi in Zuidoost Sumatra maar is ook gevonden in Muar, West Maleisië. Exemplaren van deze lokatie zijn zeer zeldzaam binnen de hobby. In Malakka komt Betta coccina helaas niet meer voor. Mannetjes vertonen vaak een witte zoom aan de rug- en staartvin, de aars- en buikvinnen hebben een zwart uiteinde. Vrouwtjes zijn eenvoudiger van kleur, veelal donkerbruin tot donkerrood met hier en daar wat blauw op het lichaam. De vinnen zijn ook een stuk korter dan bij de mannetjes. Betta coccina bereikt een lengte van 5,6 cm. De moeilijke voortplanting maakt deze Betta niet populair. Vaak gaat het mis vanwege een slecht paar of het nest word opgegeten. Het beste kan men er een paar houden om zo een goed paar te verkrijgen. Het gaat hier om een schuimnestbouwer dat het mannetje bouwt onder een drijvend plantenblad.

Betta tussyae

In 1985 werd er door D. Schaller nog een sterk rood gekleurde soort beschreven als Betta tussyae. Deze betta bereikt een lengte van 5,5 cm en komt voor in zeer zuur en zacht water. De natuurlijke leefomgevingen bleken hier weer zwartwater-biotopen te

 

Betta tussyae, deze soort valt zeker onder de kleine rode bettas. Foto: H. Linke.
 

zijn in Pahang, Rompin en Kuantan in West Maleisië. Voor de optimale verzorging ligt de pH het beste tussen de 3.5 en 4.5 en een zeer lage GH. Ook deze kleine rode Betta is een schuimnestbouwer waarvan het mannetje het nest graag bouwt onder drijvende plantenbladeren. Helaas is deze soort zeer zeldzaam en dat terwijl Betta tussyae gemakkelijk te houden en voort te planten is. Er is beweerd dat deze soort slechts een afwijkende populatie of kleurvariant zou zijn van Betta coccina. Volgens de ervaring van sommigen is dit absoluut niet juist en gaat het hier zeker om een andere soort. Betta tussyae is niet in het bezit van de blauwe stip.

Betta brownorum

In de begin jaren negentig ontdekte Allan en Barbara Brown nog een nieuwe, kleine rode Betta. Beide geslachten zijn fel rood en bezitten beide de kenmerkende blauw stip op de zij. De soort kwam uit Sibu en Matang en werd beschreven als Betta brownorum. Inmiddels is er ook een variant bekend uit West Kalimantan die een muilbroeder bleek te zijn. Dat is een bijzonder gegeven want het gaat hier oorspronkelijk om een schuimnestbouwer. Betta brownorum bereikt een lengte van 6 cm en word daarbij wat groter dan de rest. Ook deze rode Betta verlangt zacht en zuur water.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De kleinste, Betta rutilans

In juni 1990 werd er alweer een kleine Betta ontdekt welke beschreven werd als Betta rutilans. Deze eveneens felrode soort is de kleinste van de groep en is uitgegroeid bij een lengte van 4,5 cm. Ook dit maal werd de soort aangetroffen in een zwartwater-biotoop met een pH van 4.5 en een GH van 1. Het betreft hier de meest agressieve Betta die we tot nu toe kennen; deze rode betta heeft zelfs een hekel aan zijn eigen soort. Hierdoor is het houden van Betta rutilans erg moeilijk en de voortplanting vaak onmogelijk. Het is daarom belangerijk ze te houden in een zo groot mogelijke bak met talloze schuilmogelijkheden en in kleine aantallen. Het is verstandig niet meer dan 1 mannetje in de bak te houden maar wel meerdere vrouwtjes.

 
 

Betta livida, een zeldzame onder de rode bettas. Foto: K. Weißenberg.

Betta livida

In Selangor, West Maleisië, werd een kleine dieprode Betta aangetroffen die erg veel lijkt op Betta coccina. In 1992 werd deze soort beschreven als Betta livida. Deze soort werd ook aangetroffen in Perak. Beide geslachten hebben een blauwe stip op de zij. Sommige variaties lijken sprekend op Betta coccina, terwijl anderen, zoals het mannetje op de foto, daar helemaal niet op lijken. Jammer genoeg is deze soort zeer zeldzaam en word binnen de hobby vrijwel nooit aangetroffen, hetgeen jammer is aangezien het hier toch een van de mooisten van de groep betreft. Betta livida is niet moeilijk te houden mits er gezorgt word voor zacht en zuur water. Daarbij moet gedacht worden aan een pH die tussen de 3.5 en 3.7 ligt. Ook laat de soort zich gemakkelijk kweken. Deze soort is, evenals Betta rutilans, een schuimnestbouwer die het nest graag bouwt aan het wateroppervlak. Daarvoor worden drijvende bladeren van planten gebruikt. Deze soort is ook niet erg agressief normaal gesproken, alleen tijdens de voortplanting moet er worden opgepast.

Betta burdigala

Begin jaren negentig werd er opnieuw een nieuwe soort ontdekt, ditmaal in Bangka en Kubu. Ook ditmaal ging het om een zwartwater bewoner dus het water speelt een belangerijke rol in de verzorging. In 1994 werd de Betta

 

Betta rutilans, de kleinste van de groep. Foto: Onbekende afkomst.
 

beschreven als Betta burdigala. Van deze soort bestaan verschillende kleurvarianten, zo zijn er populaties met een blauwe stip op de zij en tevens populaties waar dit kenmerk ontbreekt. Betta burdigala is ook niet alleen hoofdzakelijk rood gekleurd maar de schubben hebben blauwe, groene en paarse randen op een kleed van diep rood. Deze Betta is ook in het bezit van een prachtig vinnenstelsel waarbij de rugvin veel langer is dan bij de andere soorten van de groep. Ze worden in totaal niet groter dan 5 cm. Deze soort is een schuimnestbouwer en laat zich gemakkelijk kweken. Er moet wel

rekening gehouden worden met het feit dat deze betta vrij agressief is zowel tegen anderen als tegen zijn eigen soort.

Twee kleine zwarten

Hoewel Betta persephone en Betta miniopinna niet rood gekleurd zijn behoren ze wel tot dezelfde groep. De twee soorten lijken veel op elkaar en worden gemakkelijk door elkaar gehaald. Betta persephone is prachtig fluweelzwart gekleurd en de vinnen zijn zalmkleurig wat geleidelijk over gaat naar blauw of groen. Hier en daar is er wat groen te vinden op de schubben.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Deze kleine Betta blijft klein en word 4,5 cm. Ondanks zijn grootte is de soort vrij agressief, voor veel groteren is hij niet bang en valt zelfs heftig naar ze uit. Ook deze soort is een schuimnestbouwer die het nestje bij voorkeur onder een drijvend plantenblad bouwt. Betta miniopinna word een stuk minder in de hobby aangetroffen maar doet qua kleurenpracht niet onder aan de eerst ontdekte zwarte soort. Ook Betta miniopinna is fluweelzwart gekleurd en de vinnen gaan geleidelijk van zwart naar groen. De buikvinnen zijn rood -welke vaak zwart zijn bij de eerder genoemde kleine zwarte Betta, maar er zijn populaties bekend waarbij ook bij deze de buikvinnen rood gekleurd zijn. - De soort word niet groot en bereikt een totale lengte van vermoedelijk 4,5 cm. De soort is al een aantal malen voort geplant en het werd al snel duidelijk dat het een schuimnestbouwer betrof.

Beide kleine zwarte Bettas komen voor in zwartwater-biotopen. Dat betekend dat het water ook voor deze soorten erg belangerijk is. De pH moet rond de 5 liggen maar zeker niet veel hoger. Het water moet ook zacht zijn met een GH rond de 1.

Nieuwe ontdekkingen

Inmiddels is er een klein lijstje met nog niet beschreven soorten. Zo zijn er twee soorten, Betta spec. van Pangkalanbun en Betta spec. van Sukadana, welke beide sterk doen denken aan Betta burdigala. De twee nieuwe tonen dezelfde kleuren en hetzelfde prachtige vinnenstelsel. Het betreft hier tevens twee schuimnestbouwers die met goed resultaat zijn nagekweekt. Of het hier inderdaad ook Betta burdigala betreft is nog niet bewezen.

Een indrukwekkende ontdekking werd gedaan in Kalimantan waar nog niet zo lang geleden een groene Betta rutilans populatie werd aangetroffen. Tevens werd in hetzelfde biotoop ook de bekende Betta rutilans aangetroffen. Dat is een zeer opmerkelijk gegeven en geheel onlogisch op grond van de ontwikkeling van de aardkorst.

De groene kleurvariant, het is nog onbekend of het een nieuwe soort of slechts een variant betreft, heeft groene schubben op het rug en buik gedeelte. Richting de kieuwen is de kleur meer donkerrood. Ook de vinnen zijn rood waarbij de aarsvin groen gekleurde

 

strepen vertoont. Het bleek al gauw dat de soort geen schuimnest bouwt maar een muilbroeder is. Nog vreemder was de ontdekking dat deze groene variant kruist met de bekende felrode Betta rutilans. Dit was ook het geval in het wild. Alle jongen bleken levensvatbaar en plantte zich ook weer voort, hetzij met beide soorten. Regel is wel dat bij de voortplanting de felrode bettas altijd een schuimnest bouwen en de kleine nieuwe groene variant altijd muilbroed. Uit deze kruisingen komen de bekende rode Bettas en de groene variant.

Verzorging

Voor de optimale verzorging van deze kleine rode en kleine zwarte soorten kan het beste een aparte bak worden ingericht. Geheel in overeenstemming met de biotopen moet de bak dicht beplant worden met planten die tegen zacht en zuur water kunnen. Licht eisende planten moeten vermeden worden gezien al deze Betta soorten niet van fel en veel licht houden. Een grote bak is niet noodzakelijk, met uitzondering van Betta rutilans. Ook voor de voortplanting voldoen deze bakken ruim voldoende. Het is wel raadzaam niet teveel exemplaren samen te houden, zeker niet met kweken. Als voer is levend voer in de vorm van witte, sporadisch rode en zwarte muggelarven, artemia en watervlooien zeer geschikt. Daarnaast kan dit allemaal ook worden aangeboden worden in de vorm van diepvries voer. Er moet in acht worden genomen niet teveel te voeren en ook een of twee dagen vasten kan helemaal geen kwaad. Dit bevorderd juist de conditie en gezondheid van deze kleine rode Bettas.

 

er een aantal organisaties en ook wat verenigingen die om dit te voorkomen speciale kweekprogramma's opzetten welke aan strenge regels gebonden zijn. Op deze manier hoopt men ervoor te zorgen dat soorten niet uitsterven en slechts een mooi plaatje in een boek worden. In Nederland is de nieuwe vereniging NVL, Nederlandse Vereniging voor Labyrintvissen, bezig met het opzetten van een Soorten Behoud Programma. Het uiteindelijke doel is een samenwerking met een organiatie in de Verenigde Staten, genaamd IBC wat staat voor International Betta Congress. Het speciale kweekonderdeel is genaamd SMP, Species Maintenance Program. Zo'n zelfde programma is er te vinden bij de Duitse vereniging IGL. De afkorting staat voor Internationale Gemeinschaft für Labyrinthfische. Ook de Engelse vereniging heeft een goed soortgelijk programma en bezit diverse projecten in de gebieden waar het om draait. Deze vereniging is bekend onder de afkorting AAGB wat staat voor Anabantoid Association of Great Britain.

Deze projecten houden bijvoorbeeld in het voorkomen dat een groot gebied vernietigd word en het zo te redden. Op dit moment is er Het Sandelia Project in Zuid-Afrika om het labyrintvis geslacht Sandelia te behouden.

Tot dusver zijn al deze programma's en projecten effectief en krijgen steeds meer leden. De speciale programma's krijgen ook steeds meer soorten tot hun beschikking. Zonder deze programma's zou het ook niet mogelijk zijn al deze prachtige rode Bettas ter beschikking van de hobby te stellen.

Mocht u ooit soorten tegenkomen en verzorgen van deze groep, koester deze juweeltjes, want u bent dan in het bezit van een Betta uit een van de mooiste en interessantste groepen.

 
Door de aanleg van infrastructuur zoals wegen en bruggen, en het kappen van bossen verdwijnen langzaam alle biotopen van deze prachtige soorten. In een hoog tempo verdwijnt zo populatie na populatie. Zo is Betta coccina al verdwenen uit Malakka en komt Betta livida niet meer voor in ooit zo bekende vindplaatsen in Selangor. Dit is of word snel een feit voor vele
labyrintvissen. Op dit moment zijn
Betta brownorum. Foto: J. Schmidt.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------