|
In
het voorjaar van 2001, toen onze kamerplanten thuis aangevuld
moesten worden, gingen mijn vrouw Joke en ik naar een groot Landelijk
opererend tuincentrum. Naast het verkopen van de planten verkopen
ze er ook nog vis voor de vijver of het aquarium. Terwijl Joke
aandacht besteedde aan de kamerplanten waagde ik eens een blik
in de aquaria. Even later was ik voor mijzelf een opsomming aan
het maken van de puinhoop die ik daar zag.
Dierenkwelling
veroorzaakt door het gebrek aan goede biologische kennis (viscombinaties,
nachtactieve visetende kreeften bij vis in (!), ziektes, ombouwen
gemaakt van geïmpregneerd hout vol giftige creosoten, scherpe
lavastenen volop in de bakken aanwezig en ga zo maar door). Mijn
ergernis steeg bijna tot het kookpunt en ontlaadde zich enigszins
in een gesprek met de verantwoordelijke ter plekke. In een van
de bakjes zwommen tot mijn stomme verbazing Chocolade goerami's
en ze waren nog gezond ook. Je ziet immers niet dagelijks Chocolade
goerami's in de winkel, laat staan daar. Ik heb ze thuis in een
bak apart gezet om ziektes uit te sluiten en eventueel goed te
kunnen behandelen. Dat dit geen overbodige luxe was bleek toen
ze stip kregen ondanks het zeer zorgvuldig overwennen met de druppelmethode.
In oude jaargangen van het bondsblad stond dat Choco's gevoelig
zijn voor stip en dan vooral voor peperstip. Verder las ik dat
het redelijk sterke vissen zijn. Maar daar was ik al van overtuigd
gezien de staat van de bakken in het tuincentrum. De algemene
inspectiedienst van de dierenbescherming zou er eens een kijkje
moeten gaan nemen. Choco's zijn moeilijk te kweken en te houden.,
behalve dan voor Henk, onze voorzitter die er ook prima ervaringen
mee heeft, en daarom bijna altijd wildvang. Ook leven ze niet
eeuwig en zo komt het moment dat je aanvulling nodig hebt en op
zoek moet naar deze juweeltjes voor de gezelschapsbak. Overal
ernaar gevraagd maar telkens waren ze niet leverbaar. Ze zijn
alleen in een bepaalde tijd, zo omstreeks het voorjaar te krijgen.
Eind januari ging ik met Maarten Hoogenberg naar Appingedam naar
het Aquariumhuis en daar was alles maar dan ook alles wat we zagen
in uitmuntende staat. Planten en vissen in topconditie. Een voorbeeld
voor velen! Helaas waren er op dat moment geen Choco's te krijgen
van de soort (Sphaerichtys osphromendoides) die ik heb.
Er was wel een ander soort Chocoladegoerami te bestellen. Aangenaam
verrast was ik toen ik heel onopvallend in een van de vele bakken
twee Taeniacara candidi zag zwemmen. Deze schitterende
dwergcichliden uit Zuid-Amerika gedragen zich zeer rustig ten
opzichte van andere vissen. Wel een moeilijke vis om te houden
maar volgens mij een aanwinst voor mijn bak en een uitdaging.
Henk Bos kweekte er vroeger meer en ik heb ze bij hem wel eens
gezien. Voor een zeer schappelijke prijs werd ik eigenaar en verhuisden
ze naar Emmen. Helaas hebben ze een hekel aan keurmeesters want
toen die onlangs langskwamen waren ze in geen velden of wegen
te bekennen. Volgens de wet van Murphy zijn de vissen die je graag
wil laten zien foetsie en de mindere goden doorkruisen constant
de bak met een smile op hun gezicht richting keurmeester, in dit
geval Eric Boonstra en Geert van Laarhoven. Taeniacara
dus. Ik was eigenlijk op zoek naar vissen die ik goed kon samenhouden
met mijn Leopoldi en die niet om de drie weken eitjes hadden
of jongen die fervent verdedigd moesten worden, zoals mijn Dorsigeressen
deden maar nog steeds had ik geen aanvulling in de vorm van Choco's.
Een
week later ging de telefoon vanuit Appingedam en was er een goede
reden om daar nog eens heen te gaan. Tien goede redenen zelfs.
Tien schitterende Choco's stonden daar in hun bak te schitteren
en vroegen of ze mee mochten naar Emmen. En dat Mochten ze. Zeven
anderen wilden zich gaan vestigen in het aquarium van Theo van
der Weide. In de luxe limousine van Theo zoefden we bij een constante
temperatuur van 24 graden terug naar huis. Deze temperatuur vonden
zowel wij als de vissen behaaglijk. Bij het overwennen (voor zover
dat nog nodig was) gebruikte ik de druppelmethode en heb uit voorzorg
enkele druppels DSD (dood stip direct) aan het bakje met Choco's
toegevoegd. Bij deze vissen is het belangrijk dat je ze houdt
in een groep van minimaal zes dieren. Is het aantal te klein dan
wordt er een snel het mikpunt voor de anderen en gedragen ze zich
erg onrustig. Bij Taenicara is dat ook het geval, alleen
dan moet je ze wel kunnen krijgen en betalen. In Duitsland, vertelde
Hans Osendarp mij, kosten ze zeker Fl. 100,= per stuk! Even slikken
dus. De Choco's zwemmen inmiddels vrolijk rond en dan valt het
op dat ze prachtig tegen elkaar kunnen pronken en verder door
de hele bak heen scharrelen op zoek naar kleine hapjes. Vermoedelijk
zijn het mannetjes die pronkgedrag vertonen want je hebt hier
te maken met een vis waar je niet kan onderscheiden wat mannetjes
en vrouwtjes zijn. Volgens de literatuur zijn het muilbroeders
en voelen ze zich prettig bij een pH die onder de 7 ligt. Dit
geldt ook voor de Taenicara. Ik hoop het nog eens mee te
maken dat er jongen komen maar dat is afwachten. Materiaal voor
een schuimnest (als ze die bouwen) is er in de vorm van Ricca
fluitans en Javamos. Het is van belang bij deze vissen dat
er zorgvuldig gevoerd wordt en dat de lucht boven het wateroppervlak
warm en vochtig is. Deze labyrintvis gaat regelmatig naar de oopervlak
om lucht te happen en een koutje is zo gevat. Begin februari belde
dhr. Kuiper van het Aquariumhuis mij of ik ook liefhebbers wist
voor de uiterst zeldzame Spaerichthys vaillanti, een andere
Chocoladegoerami die iets groter wordt dan de vijf centimeter
die de gewone Chocoladegoerami kan bereiken.Na het doornemen van
de laatste 25 jaar van mijn bondsbladen wist ik dat hierin geen
enkel artikel over deze zeer zeldzame, ook muilbroedende vissen
geschreven was. Wel vond ik een tiental artikelen over de Spaerichtys
osphromenoides, de meest gangbare Choco. Deze is ook beschreven
in de Mergus-atlas deel 1 op bladzijde 644 en staat in de Mergus
fotoindex op bladzijde 591.
|